Aan Roland.

Dus.
Een tweetal weken terug ontstond er een kleine rel nadat Professor Roland Devlieger besloot dat pas bevallen moeders een weegschaal in de brievenbus of mailbox moeten ontvangen. In een tijdperk waarin alles zowat een muisklik van ons verwijderd is, is het concept misschien zo vreemd nog niet. Persoonlijke en digitale coaching in een oogwenk. Might work.

Waarom ik dit hier dan ter sprake breng?

Omdat ik me verbaas over de accuraatheid waarmee Professor Devlieger zijn doelgroep definieerde.
Omdat ik niet weet of ik de man in kwestie moet feliciteren nu hij de meest kwetsbare groep in de samenleving heeft gevonden. Of dat ik hem ter plekke aan de schandpaal moet nagelen omdat hij diezelfde groep nog net dat tikkeltje kwetsbaarder wil maken. Vergeet de dieetgekke tienermeisjes, hormonaal instabiele verse moeders, die moeten we hebben!

Misschien moet ik mijn gevoel even kaderen, Roland. En ja, ik verkies u aan te spreken bij de voornaam. Dat is wat persoonlijker, tenslotte draait u er ook het hand niet voor om mij op in mijn persoonlijke cirkel te raken.

Ik had hier in mijn oorspronkelijk bericht om te beginnen een uiteenzetting neergeschreven over het hoe en waarom van gewichtstoename tijdens de zwangerschap. Cijfers en feiten, dat soort dingen. Ik ging het ook hebben over het feit dat ik een jaar na datum en zonder coach en dankzij stress mijn kilo’s ben kwijt geraakt. Maar daar draait het uiteindelijk niet om. Want hoewel ik nu beter scoor op de gezondheidsschaal, ben ik niet per se gelukkiger.
Moederschap valt niet in cijfers te gieten, het is geen absolute wetenschap. Het is vallen en opstaan, afstoten en aantrekken, troosten en getroost worden.
Het is geborgenheid bieden en ontvangen, het is een gevoel dat dieper binnenkomt dan het streven naar middelmatigheid.

U bent arts, Roland, en dat valt te bewonderen. Aan de inzet die u jarenlang tussen de boeken hebt vertoond en de verantwoordelijkheden die u dagelijks opneemt, hangt dan ook een aardig maandsalaris vast. Dat is niet het belangrijkste in het leven, maar het is wel bijzonder prettig om voorhanden te hebben. Het is voor moeders het verschil tussen al dan niet ouderschapsverlof opnemen, of tijdskrediet, of andere krampachtige pogingen om het prille moederschap te kunnen verderzetten voorbij die belachelijk korte vijftien weken wettelijke moederschapsrust. Maar met uw kennis, titel en naambekendheid zou u bovenal zou moeten pleiten voor de kans op grondig en volledig fysiek herstel na een bevalling. U was al genoeg ooggetuige en ik denk dat ook mannen over voldoende inlevingsvermogen beschikken om te zien dat bevallingen soms schade toebrengen. Soms worden vrouwen fysiek getekend, soms mentaal, soms beide. Ik hou mijn pleidooi voor vrouwvriendelijke, gedecentraliseerde en fysiologische perinatale zorg voor een andere keer, beloofd.

Ikzelf heb hier mogelijks geen recht van spreken, want ik kreeg mijn kinderen (zit u neer?) lekker thuis en stond een uur later gewoon een wasje in te steken. Nachttarief, weetuwel. Besparen, kent u dat?
Ik had kinderen die spontaan richting borst kropen en daar hun ding deden als ware het een eindexamen. Maar ik zag vrouwen in mijn directe omgeving die weken niet normaal konden zitten. Die vochten met en tegen een kolftoestel, die al dan niet goedbedoelde tegenstrijdige adviezen kregen en hun prille moederschap hierdoor nog vertwijfelder en vermoeiender beleefden. Die moeten leren leven met de striemen (hierzo!) die hun grootste verwezenlijking op hun lichaam achterliet.
Die krampachtig probeerden te genieten van die eerste weken samen -want binnen een paar weken moeten we terug aan het werk- en hierdoor hun persoonlijke herstel op een laag pitje zetten.
Wie bent u om deze vrouwen te beoordelen, laat staan te veroordelen tot de weegschaal?
Waar zit de zorg in het viseren van deze kwetsbare, hormonaal instabiele groep vrouwen die hun stinkende best doen om een nieuw evenwicht te vinden in hun prille moederschapsrol? Om hen een complex aan te praten waar er mogelijks geeneens een op til is?

Er is immers  borstvoeding om kilo’s weg te werken, of er zijn slapeloze nachten en de daaropvolgende zombidagen waarop een appel het enige is dat tot in je mond geraakt. Er is de ratrace naar de crèche of schoolpoort wanneer er reeds oudere kinderen in beeld zijn. Verplichte postnatale bezoeken, duizend papieren voor die paar weken betaalde rust. Ik wil maar zeggen, die weegschaal is geen prioriteit in het leven van een pas bevallen moeder.

Wel is er de zoektocht naar balans, het vretende gevoel van schuld bij elke keuze die je moet maken. Het is flessen geven omdat je de borst maar niets vindt en voor lui worden aanzien of overtuigd voor de borst kiezen en met een koe vergeleken worden (eveneens: hierzo!). Het is drie keer per nacht opstaan omdat je niet kan beslissen of je kind wel of niet te licht gekleed in bed ligt. Er een extra dekentje over leggen. Het weer weghalen. Checken of ie nog ademt.
Het zijn (pre-)mei ’68 moeders die vol ongeloof aanhoren dat je na vijftien weken terug aan de slag gaat omdat dat nu eenmaal financieel the-only-way is in de huidige generatie tweeverdieners. Het zijn die zelfde moeders die goedbedoeld maar onnodig benadrukken dat ze in hun tijd zeker een jaar thuis bleven. Het is twijfelen of je wel aan kinderen had mogen beginnen aangezien je maar vijftien weken hebt om het onder de knie te krijgen. Het zijn de zelfstandige moeders onder ons die hun gewaarborgd inkomen gewoon door hun neus geboord zien bij elke extra dag bij hun baby. Het zijn de herinneringen aan je eigen kindertijd, waarin je na school gewoon naar huis fietste en moeder verse appels had geschild en er een glas melk klaarstond. Het is beseffen dat je financieel niet in staat bent om dit aan jouw kinderen te bieden en het bijhorende schuldgevoel dat daaruit vanaf dag 1 voortvloeit. Het is jezelf wegcijferen in elke mogelijke krampachtige poging om langer of meer bij de kinderen te zijn die je bewust op de wereld bracht. Het is tijd voor jezelf nodig hebben, die na lang wikken en wegen nemen om vervolgens tijdens dat vrije moment toch aan je kinderen denken. Omdat je jezelf een egoïst vindt, ergens in een klein deeltje diep daarbinnen.

Dát, Roland, is waar een pas bevallen moeder van wakker ligt. Het is in die strijd dat diezelfde moeder een partner aan haar zijde wil die haar zegt dat alles goedkomt, haar vastneemt en zegt dat ze de mooiste is net omdat ze hierover wakker ligt. Die haar een pot Ben & Jerry’s haalt in de lokale nachtwinkel om samen op de dagelijkse miserie uit te lepelen.

En in dat hele verhaal is naar mijn gevoel geen ruimte voor een weegschaal op de deurmat. Is er geen nood aan een coach die extra verwachtingen creëert die vrouwen op dat moment niet kunnen of hoeven in te lossen. Er is geen app die hen dient te herinneren aan het feit dat ze om aan de maatschappelijke normen te voldoen nog minder wegtikkende tijd met hun pasgeborene moet doorbrengen.

Ik wil in dit hele pleidooi echter op geen enkel moment ontkennen dat er zich globaal gezien een gezondheidsprobleem opdringt. Het toenemende obesitascijfer valt letterlijk niet meer onder de deur te schuiven.
Wel geloof ik erin dat de gezonde levensstijl die u hier graag wil promoten best van kinds af aan wordt meegegeven. Dat jonge moeders die al een paar maanden moederschap op hun palmares hebben correcte info moeten krijgen over gezonde en afwisselende voeding voor zichzelf en hun kinderen. Omdat daar tijd voor is. En ruimte. Maar vooral tijd, heeft u dat genoteerd?
Dat vegetarisme maar ook vlees binnen een evenwichtige voeding kan, en dat gluten- en koolhydratenvrij niet de norm hoeft te zijn voor een éénjarige. Ik ben ervan overtuigd dat de jonge moeders die u zo vroeg mogelijk post-partum probeert te bereiken meer baat hebben bij een gezondheidsbeleid dat met de paplepel werd meegegeven. Dat extra tijd met hun jonge gezin betekent dat er ruimte is voor stress-vrije tafelmomenten waarin geëxperimenteerd kan worden met gezonde voeding voor alle generaties. Dat er in geval van nood preconceptioneel wordt bijgestuurd, zodanig dat ze hier post-partum in hun eigen tempo mee aan de slag kunnen. En dat ze in godsnaam en alstublieft ten minste een jaar krijgen om recht te zetten wat negen maanden werd krom getrokken.

Dus kunnen we het beleid dan misschien wat vrouwvriendelijker uitschrijven?
Kunnen we werk maken van een gezondheidsmodel waarbinnen perinatale zorg als vertrekpunt wordt gezien? Waarin moeders ruimte krijgen om, in de mate van het mogelijke, zichzelf terug te vinden? Waarin moeder, vader én kind samen kunnen werken aan een gezonde hechting in een gezond lichaam?

Ik ben vast niet de enige moeder die u hierom wél zou loven. U hoeft het niet voor mij te doen, ik kan me inbeelden dat u mij mogelijks tijdelijk niet als uw BFF ziet. Maar doe het dan voor de vrouwen die nog volgen. Voor uw eigen (klein-)dochter, misschien?

En mocht u nog twijfelen, dan kan ik een incognito lidmaatschap in één of andere Facebookgroep rond moederschap aanraden. Het is een vaststaand feit dat moeders elkaar op stabiele basis bekritiseren en het leven bemoeilijken. Wij hebben daar heus geen Roland voor nodig.

 

 

 

Grid.

Dat Mabeltje is intussen geen boorling meer. Ze laat de tijd voorbij vliegen, het is intussen alweer een paar maanden terug dat ik hier nog eens iets kwam posten. Zelfs de babyborrel-outfit geraakte nog niet online. Ik probeer dat vanmiddag eens op beeld vast te leggen, in de hoop dat ik die knoopjes nog dicht krijg.

Dat Mabeltje dus, de baby die al peuter wil zijn. Ze zat een week voor ze vijf maanden werd -ohboy- en doet dat intussen als een pro. Maar buikliggen, ohnee, niet aan mevrouwtje besteed. We hebben een toffe speelmat van skiphop in ons bezit, maar de speeltjes hangen bovenaan en ze maakt zich steeds behoorlijk boos omdat ze die in buiklig niet kan zien en aanraken. Ze rolde een paar keer spontaan van rug naar buik rond maand drie, maar sindsdien doet ze dat enkel nog als ze heel erg boos of moe is. Ik wilde dus een nieuwe speelmat om haar wat te motiveren in het ronde weg te rollen en graaien. En aangezien patronen en vormen nog steeds best werken voor babies, koos ik voor een tof monochroom grid uit de Stoffenkamer.

IMG_3673IMG_3675IMG_3684IMG_3692IMG_3674

Ik stak er een dubbele laag gewatteerde voering in die ik in het midden vaststikte. Zo kan de voering niet wegkruipen bij het wassen. Mabel kan alvast haar gang gaan.

Hacking Grace.

Zoals gezegd zet ik mijn queeste naar Mabels feestjurk verder.
Het patroon van de Grace jurk is ontzettend veelzijdig, maar ik vond net niet genoeg fantasie voor de stof die ik in gedachten heb. Ik maakte dus een testversie van hoe het in mijn hoofd zit, maar in een voorlopig andere stof, zodat ik kon bekijken waar er ruimte zit voor verbetering.

Ik knipte het centrale stuk uit het voorpand en voegde drie strikjes toe. Ik had beter moeten opletten met hoe m’n strikjes gevouwen zaten vooraleer de bandjes met de hand vast te naaien op het voorpand, nu ziet het er een beetje rommelig uit. Maar bon, ik herinner mijzelf aan het concept ‘testversie’ en leer uit m’n fouten.

Het lijfje zette ik biais-gewijs aan de rok vast, ’t is te zeggen, ik streek zowel voering als buitenstof nauwkeurig een cm naar binnen, schoof daar het rokdeel tussen en stikte heel dicht bij de rand door. Dat is eigenlijk best proper afgewerkt, al zeg ik het zelf. Mijn strijkkunsten voor een afgewerkt stuk zijn daarentegen niet navenant.

De knoopjes staan er nog niet aan en mijn model lag met een buikje vol moedermelk te dromen, dus u zal het met het beschikbare beeldmateriaal moeten doen.

 

IMG_1999IMG_2000IMG_2002IMG_2004IMG_2005IMG_2006IMG_2007

U moet mij de schandalige foto’s vergeven, ik heb wat met onze camera geprutst en ik moet blijkbaar nog iets herinstellen wat belichting betreft.

Nu resten mij nog de laatste twijfels alvorens mijn schaar in de definitieve stof te zetten, stolpplooi of rimpelrok? En ga ik voor een versie met of zonder mouwtjes? Wat denken jullie?

 

Testing Grace.

Inside info: noch Het Lief, noch ikzelf zijn fervente taartliefhebbers, dus gaan we babyborrelgewijs voor het alternatief. Bij Astor werd dat een winterbbq, en deze keer wordt het een brunch. Wij hopen alvast op mooi weer op 5 juni.

Bij een feestje horen nieuwe outfits, dus ben ik aan het testen gegaan. En oh dear, wat zijn meisjes dankbare objecten om die stapel katoentjes weg te werken! Ik heb alweer een waslijst aan ideeën, maar de tijd ontbreekt.
In elk geval, de Grace-jurk is in de running als patroon voor de feestjurk, en ik ging aan het naaien.

IMG_1771IMG_1770IMG_1769IMG_1768

De stof is een katoentje dat ik bij De Stoffenkamer vond.

Ik ben alvast tevreden over deze versie, de mouwtjes zijn waanzinnig schattig. Maar het stofje dat ik voor ogen heb is veel eenvoudiger en ik wil voorkomen dat het saai wordt. Ik werk dus aan een kleine pattern hack voor het voorpand. Wordt vervolgd.

The story of Mabel.

In al mijn twijfel over het al dan niet starten van deze blog, kreeg ik via Instagram de vraag hoe dat met die bevalling van Mabel was gelopen. Er bleek nieuwsgierigheid naar haar geboorteverhaal. Dat leek mij een mooi punt om hier te starten, want de geboorte van een baby outrules de geboorte van een blog. Het wordt ineens een post met wat uitdaging aan, want u dient zich eerst door 1446 woorden te worstelen maar wordt daar op uw beurt royaal voor beloond met foto’s van de hand van de geweldige Henry Ghammache. Beloofd.

We beginnen bij het begin. 19 oktober 2014 om precies te zijn, want toen werd Astor thuis geboren. Hij werd de belichaming van de magie van een eerste kind. Seconden nadat hij m’n buik had verlaten scandeerde ik voor de hele woonkamer dat ik dat nooit – en ik herhaal NOOIT- meer zou doen. Enkele minuten later relativeerde ik al tot geen tweede bevalling in de daarop volgende twee jaar. Het Lief grinnikte.
Acht maanden na Astor, de baby waarvoor we toch wel wat moeite hadden moeten doen, tekenden we voor ons nieuwe huis. Een bezoekje aan de gynaecoloog had die week namelijk doen uitschijnen dat een gewenste nummer twee wel terug wat moeite zou gaan kosten. Daar waren we op ingesteld, dus no fuss.We hadden iets anders aan ons hoofd en begonnen er op tijd aan.

We schrijven een week na bovenstaande feiten, de dag van mijn verjaardag waarop ik al trillend een positieve zwangerschapstest in m’n hand hield en Het Lief en ik naast een dolgelukkig ook een klein ‘holy f*ck’ moment beleefden. Dat nieuwe huis diende namelijk terug totaal gerenoveerd te worden. Met een deadline. En er zou een baby komen. Wij. Terug een baby. Spontaan en al. Help!
Het duurde me een week of drie voor ik over het gevoel was dat ik mijn toen acht maanden oude zoon zou gaan bedriegen met een bèta-versie  -hormonen, I know- en toen trok de mist op. Het zou wel goed komen.

Fast Forward naar 19 maart 2016, 39 weken en drie dagen zwanger. Een zaterdag, en ik wist sowieso dat ik niet zou gaan bevallen die dag want ik ging voor zondag. Als het in m’n hoofd zit…
Tijdens het avondeten bij m’n ouders begonnen die venijnige voorweeën zich toch om de tien minuten te herhalen. Ik veinsde iets wat op een acute miniatuurblaas moet geleken hebben en trok me zo’n zes keer per uur terug op het toilet. Na een uur of twee had het lief mijn intussen niet meer zo subtiele hints begrepen en trokken we naar huis. We stopten Astor in bed en ik begon als een gek op te ruimen, ons huis was immers een nest en zo kon ik geen volk ontvangen, laat staan bevallen. Het Lief kreeg me uiteindelijk toch onder een dekentje in de zetel en ik pufte tussen ons gesprek door de weeën weg, me afvragend wanneer dat nu eindelijk eens een keer wat regelmatiger zou gaan komen.Ik zag het 20 maart worden en was content dat het zondag was, ik ging immers weer voor dat zondagskind. Maar middernacht werd ochtend en het resultaat was dat ik doodop, geïrriteerd en moedeloos nog steeds om de tien minuten een wee weg pufte. Ik besloot rond een uur of tien te douchen, in de hoop dat het zou stilvallen. Het tegenovergestelde gebeurde en ik kreeg op slag meer moed. Om de vijf minuten, here we go! Bij het afdrogen speelde het omgekeerde zich af, de boel viel stil en ik sprintte naar boven om wat slaap in te halen. Dat lukte voor welgeteld 40 minuten en toen ging de bal weer aan het rollen. Het Lief zag mij moedeloos worden en stelde voor dat ik de vroedvrouw belde. Ik, intussen van plan om daags nadien de gynaecoloog te bellen voor een inleiding, luisterde gedwee.

Ik kreeg Nele aan de lijn. Nele loodste me door mijn arbeid en snelle bevalling van Astor. Ik kreeg moed toen ik haar stem hoorde. We hadden oorspronkelijk een week later afgesproken om te bevallen, maar het was zondag dus het was goed. Ze stelde voor een wandeling te maken en nadien zou ze langskomen om mij te onderzoeken. In nood zou ze m’n vliezen strippen. Na Astors middagdut trokken we richting Acaciapark. Onderweg kregen we telefoon van mijn vriendin en Mabels meter die ook op post was in het Acaciapark. Leuk, dacht ik, kunnen de jongens samen spelen. Dat is waarschijnlijk dan wel gebeurd maar ik kan mij dat niet meer herinneren want ik stond aan de omheining van het basketveld knoerten van weeën op te vangen. De vreemde blikken van mama’s in het park deden ons beslissen dat het tijd was om Astor te herbergen en naar huis te gaan. The real deal. Finally. Ben ik uw aandacht intussen halverwege het verhaal quasi kwijtgespeeld dan neem ik U niets kwalijk, ik had er op dat punt ook bijna de brui aan gegeven.

Maar bon. Het spel zat op de wagen dus.
Tijdens mijn wedstrijd ‘vierhonderd meter weeën opvangen’ belde Het Lief alvast de vroedvrouw, die een kwartier later voor de deur zou staan.
Een kwartier later ging inderdaad de bel. Daar stond ik, kraamverband half uit mijn broek, de zoveelste wee wegblazend, en daar stond zij, mijn schoonmoeder.
Blinde. Paniek.

Het Lief schatte de situatie keurig in en wimpelde moederlief af terwijl ik binnen vluchtte en al puffend begon te smsen.

‘NELE, NOG NIET KOMEN, MIJN SCHOONOUDERS STAAN VOOR DE DEUR EN OP UW AUTO STAAT IN KOEIEN VAN LETTERS DAT JE VAN GENT BEVALT BENT’

‘HENRY, WE THINK IT STARTED. CAN YOU COME?’

Dat eerste moest ik uiteindelijk niet verzenden want Het Lief loste dat keurig op.
Nele kwam en bracht Fleur mee, een derdejaarsstudente vroedkunde. We spreken intussen 17h20 en ik bleek 6 cm te hebben. Ollraajt! Bij Astor was het een goed uur later in de sjakos dus ik zag dat wel goed komen.
Henry arriveerde en pakte z’n camera uit, ik ving intussen de weeën op en commandeerde Het Lief het hele huis rond. Omdat het misschien toch nog even zou duren besloten we Codenames te gaan spelen terwijl mijn royaal bevallingsbad werd gevuld. Aangezien de boiler de hoeveelheid water niet trok betekende dat net als bij Astor ketels op het vuur en de waterkoker op overuren.

Het werd half zeven, en dan half acht, er kwamen afhaalpizza’s maar er was nog steeds geen baby. Ik kon tussendoor nog groen lachen maar kreeg het toch wel lastig. Om half negen bleek ik 7,5 cm te hebben en moest ik al mijn relativeringsvermogen bovenhalen om nog door te kunnen. Maar ik mocht in bad en dat bleek een verademing. Misschien iets te veel zelfs, want het werd wat kalm in die buik van mij. Knoerten van weeën, maar iets te veel pauze. Terug uit bad dus, en na wat overtuigingskracht kreeg Nele me de douche in. Na drie kwartier in die douche kreeg ik persweeën en sprintte ik zowat naar dat bad terug om over te gaan tot de apotheose van de avond. Ik spreek 22h intussen. Maar de apotheose bleef uit en ik werd gek. Ik moest terug uit dat bad.

NO. WAY. Echt niet. Ga op je kop staan, ik kom er niet terug uit. Ik lustte Nele rauw.

Maar toen werd er beloofd m’n vliezen te breken en plooide ik na hevig protest en iets wat op een beschuldiging van mishandeling moet geleken hebben toch als een aluminiumpapierke. Ik bleek acht centimeter te hebben en gaf mijn definitieve toestemming om die taaie vliezen aan frut te graaien en voor de finale te gaan. Het duurde even voor mijn vliezen zich gewonnen gaven, er zat nochtans een vochtblaas waar ge uw dorst mee kunt lessen. Maar ik zette me schrap voor een weeënstorm, en die kreeg ik ook.

Vanaf dan herinner ik me alleen nog dat ik net op tijd terug in bad geraakte en dat ik ben beginnen persen en dat ik dacht, OMG dat doet fokking zeer ik moet geen derde niet meer nee echt niet ik doe dit nooit meer en is dat hoofd er nu nog niet en ik ga zeker scheuren he ge gaat niet anders zien he en sebiet schart ik dat bad hier kapot ik moet misschien niet zo hard nijpen – en floep, daar was dat hoofd. Een wee later waren de schouders er ook en mocht ik dat perfecte kleine babietje van onder me uit halen om te knuffelen, in m’n hart te sluiten en nooit meer los te laten. Het bleek een dochter. Onze dochter.

Mabel Machteld Matizze – 20 maart 2016 – 22h 29

 _KPX0219_KPX0231_KPX0236_KPX0239_KPX0256_KPX0272_KPX0348_KPX0443_KPX0477_KPX0540_KPX0561_KPX0613_KPX0638_KPX0668_KPX0669_KPX0786_KPX0811_KPX0859_KPX0953

 

Het Lief is een held. Echt. Eeuwige dank voor zijn kalmte, steun en zijn twee schone kinders.

 

 

Ready? Set. Go!

Aangenaam.
Of fijn je weer te zien. Dat valt te bezien.

Bij de start van deze blog neem ik afscheid van mijn vorige. Als een paar schoenen dat niet meer als gegoten zat. Ik sleepte het idee van hem te moeten updaten met me mee maar ik werd er niet meer vrolijk van. Ik had te veel inhaalwerk te doen. Dat moest in mijn hoofd dan in chronologische volgorde en daar kon ik de energie niet voor opbrengen. Ik heb twee kids onder twee, ziet u. Ik wilde dat het weer spontaan werd, zonder verplichtingen. Tijd voor een frisse start dus.

Die hoop ik hier te maken. En ik bedank je alvast om mee te lezen.
Tot snel,

Celine